Italiaanse verkiezingen: waarom heeft rechts gewonnen?

Op 25 september vonden de Italiaanse verkiezingen plaats, waarbij de uiterst rechtse partij Fratelli d'Italia van Georgia Meloni de grootste werd. Zij heeft inmiddels een rechtse regering gevormd. Wat zijn de redenen hiervoor en wat zijn de perspectieven voor de klassenstrijd in Italië?

De nieuwe Italiaanse regering, geleid door Giorgia Meloni, partijleider van Fratelli d’Italia en de eerste vrouwelijke premier, is op 22 oktober ingehuldigd. Degenen die op haar partij gestemd hebben, hopende op een radicale verandering van de situatie, zullen straks teleurgesteld worden.

Direct na de verkiezingen zei ze dat de ministers van de regering betrouwbare mensen zullen zijn. Lees, betrouwbaar voor de Europese Unie en het Italiaans kapitaal.

Deze regering zal op economisch gebied precies doen wat de heersende klasse vraagt: de werkende klasse uitbuiten. Als kers op de taart zullen zij repressie gebruiken om elk soort oppositie tegen deze regering te stoppen, wat zeker tot felle strijd over burgerrechten zal leiden.

Bijvoorbeeld, op 1 oktober hebben ze een wetswijziging doorgevoerd die “het binnentreden van gebouwen met als doel om met meer dan 50 mensen samen te komen, met gevaarlijke gevolgen voor de openbare orde en gezondheid” strafbaar stelt met 3 tot 6 jaar celstraf.

Deze wetswijziging is officieel bedoeld om illegale raves tegen te gaan, maar het ware doel is om ieder soort van oppositie tegen de regering strafbaar te stellen.

De beweging van de werkende klasse is het enige dat deze regering kan stoppen en het enige waar de Meloni-regering werkelijk bang voor is. Mobilisaties zijn al van start gegaan: de dag na de verkiezingen was er een school in Milaan bezet en eind oktober bezetten studenten van de Sapienza Universiteit, in Rome, een van de universiteitsgebouwen, nadat de politie honderden studenten in elkaar sloeg die demonstreerden tegen een bijeenkomst waar fascistische elementen waren uitgenodigd. Er zal nog veel meer volgen.

In dit artikel, direct na de verkiezingen geschreven, gaat Fred Weston in op de redenen van de overwinning van Fratelli d’Italia en het vraagstuk of dit een fascistische overwinning is of niet.


[Source]

De nieuwe Italiaanse regering wordt beschreven als de "meest rechtse" regering verkozen in Italië sinds de Tweede Wereldoorlog, met de partij Fratelli d'Italia [Broeders van Italië], die geleid wordt door Giorgia Meloni en met 26 procent van de uitgebrachte stemmen de eerste werd. Hoe verklaart men deze stemmentoename voor een partij die in 2018 slechts 4,3 procent behaalde en slechts 32 parlementsleden en 18 senatoren verkozen had? We zullen in dit artikel de reden waarom zo'n radicale verandering heeft plaatsgevonden in de Italiaanse politiek en het meest waarschijnlijke perspectief voor de nabije toekomst schetsen.

Maar laten we eerst eens kijken naar de naakte feiten. De centrumrechtse coalitie won 43,82 procent van de stemmen tegen 26,2 procent voor de centrumlinkse. De PD [Democratische Partij] is met 19,11 procent onder de belangrijke psychologische drempel van 20 procent gezakt. De M5S [Vijfsterrenbeweging] deed het met 15,33 procent beter dan verwacht, hoewel ze veel slechter scoorden dan in 2018. De Lega, onder leiding van Salvini, leed een zware nederlaag met 8,8 procent, net iets beter dan Forza Italia van Berlusconi die 8,1 procent behaalde. Azione-Italia Viva [een splintergroep van voormalige PD-parlementsleden, waaronder Renzi] kreeg 7,78 procent van de stemmen. Italiaans Links/Groen behaalde 3,64 procent en een aantal kleinere krachten slaagden er niet in de drempel van 3 procent te doorbreken die nodig is om tot het parlement te worden verkozen. Eén van die krachten is Unione Popolare (Rifondazione Comunista maakt er deel van uit) - de enige echte linkse coalitie - die een ellendige 1,43 procent bij elkaar schraapte.

De definitieve machtsverhoudingen in zowel het Parlement als de Senaat is nog niet gekend vanwege het ingewikkelde kiesstelsel, maar het lijkt waarschijnlijk dat de coalitie van Meloni een meerderheid van ongeveer 235 parlementsleden van de 400 leden tellende kamer zal omvatten en 115 senatoren - de Senaat heeft 206 senatoren. Fratelli d'Italia's aandeel hierin zal 118 parlementsleden en 66 senatoren zijn, wat betekent dat Meloni voortdurend compromissen zal moeten sluiten met de Lega en Forza Italia, waardoor een onstabiele coalitie ontstaat, aangezien elke partij probeert te winnen ten koste van zijn partners. De Financial Times verwees naar Meloni en Salvini als 'frenemies' vanwege het feit dat ze streden voor hetzelfde electoraat en vanwege hun meningsverschillen over de overheidsuitgaven en de oorlog in Oekraïne.

Onthouding

Wat vooral opvalt, is de lage opkomst van 63,91 procent, bijna 10 procentpunten lager dan de 73 procent in 2018. Hieraan moeten we de mensen toevoegen die wel zijn gekomen maar een blanco of verloren stem hebben uitgebracht, die in 2018 meer dan 3 procent bedroegen (cijfers van dit jaar zijn nog niet beschikbaar, maar zouden hoger kunnen zijn), wat het totale aantal Italiaanse kiezers dat geen enkele partij steunt op ongeveer 40 procent zou brengen. Dit onderstreept de groeiende afstand tussen een enorme laag van de bevolking en alle bestaande partijen. Vergelijk dit met 1976, toen meer dan 93 procent van de kiezers bleek te stemmen, en je krijgt een idee van het proces dat zich heeft voltrokken. In feite is het aantal mensen dat zich op de een of andere manier onthoudt (ongeveer 40 procent) nu het grootste blok, veel groter dan zelfs de partij die bij deze verkiezingen als eerste eindigde.

Veel mensen aan de linkerkant, vooral de oudere activisten, zullen zich waarschijnlijk depressief voelen. Sommigen vrezen zelfs dat Italië in de richting van het fascisme evolueert vanwege Giorgia Meloni's openlijk geuite sympathie voor Mussolini in het verleden. In 1996, toen ze 19 jaar oud was, zei ze dit tegen een Franse tv-zender:

“Ik denk dat Mussolini een goede politicus was. Alles wat hij deed, deed hij voor Italië. Er zijn de afgelopen vijftig jaar geen andere politici geweest zoals hij.”

Sindsdien is haar toon enigszins veranderd. Dit zei ze vorige maand:

“Italiaans rechts heeft het fascisme decennia geleden naar de geschiedenis verwezen en het gebrek aan democratie en de beruchte anti-joodse wetten ondubbelzinnig veroordeeld.”

De vraag is echter niet of Meloni subjectief sympathie heeft voor Mussolini of niet. Feit is dat Fratelli d'Italia geen fascistische partij is die op het punt staat naar Rome te marcheren, de parlementaire democratie af te schaffen en een éénpartijdictatuur te installeren. Elke poging om in die richting te gaan, zou de arbeiders en de jeugd van Italië ontketenen, en de Italiaanse heersende klasse zou geconfronteerd worden met een revolutionaire broeihaard. We moeten ook opmerken dat met amper 64 procent van het electoraat dat is opgedaagd, Fratelli d'Italia de stem van 16 procent van het totale electoraat behaalden. Dus één op de zes Italianen. Het is daarom belangrijk om gevoel voor proportie te hebben bij het bekijken van de cijfers.

Giorgia Meloni is al een tijdje aan het opschuiven in de richting van een meer 'verantwoorde' positie. Ze heeft zelfs haar standpunt over de Europese Unie gematigd, net als Marine Le Pen in Frankrijk. Dit soort rechtse reactionairen spelen anti-EU-sentimenten uit, maar hoe dichter ze bij de regering komen, hoe meer ze aansluiten bij de behoeften van de kapitalistische klasse. Een van de woorden die Meloni vele malen heeft herhaald sinds het winnen van de verkiezingen, is 'verantwoordelijkheid'. De vraag die we ons moeten stellen is: verantwoordelijkheid jegens wie? Ze stuurt de Italiaanse bourgeois en de Europese Unie een duidelijke boodschap dat Italië onder haar regering binnen de EU zal blijven en beleid zal voeren dat in overeenstemming is met de behoeften van het kapitalisme. Ze was niet de favoriete politicus van de heersende klasse, maar haar boodschap aan hen is: "u kunt me vertrouwen".

We moeten ook niet vergeten dat Meloni al eerder in de regering heeft gezeten. Ze was minister van Jeugdzaken in de regering-Berlusconi in 2008 en ze stemde later voor de verlagingen van de pensioenen die in 2011 werden gepromoot door de technocratische regering van Monti, bekend als de "Fornero-hervorming". Pas later verklaarde ze dat ze ertegen was! Nu beweert ze natuurlijk iets nieuws te vertegenwoordigen. Maar waar staat ze voor?

Ze is een uiterst reactionaire rechtse haatzaaier. Zo heeft ze de afgelopen jaren haar verzet geuit tegen een wet die politieagenten verbiedt om tijdens verhoren te folteren, is ze tegen het homohuwelijk, is ze tegen staatsburgerschap voor kinderen van immigranten die in Italië zijn geboren, stelt ze immigratie als een bedreiging voor de "Italiaanse identiteit” voor, heeft ze duidelijk islamofobe opvattingen geuit en wil ze een zeeblokkade tegen Libië, het recht op abortus inperken, enzovoort. Ze staat ook volledig achter de NAVO en haar oorlogsinspanningen in Oekraïne en zal een bijdrage leveren aan de voortzetting van de sancties tegen Rusland, sancties die de Italiaanse economie serieus schaden. Anderzijds zal dit ook een bron van wrijving teweegbrengen bij haar bondgenoten Salvini en Berlusconi, die beiden geneigd zijn tot een soort compromis in Oekraïne in de hoop een deel van de economische druk te verlichten.

De verklaring voor de overwinning van Fratelli d'Italia

Dus de vraag blijft: hoe is het haar gelukt om de Fratelli d'Italia naar zulk een verkiezingsoverwinning te leiden? Het antwoord is heel simpel: haar partij was de enige echte oppositie in het laatste parlement. Draghi, de voormalige gouverneur van de Europese Centrale Bank, werd ingeschakeld om een ​​grote coalitie te leiden die bestond uit de PD, de Vijfsterrenbeweging, de Lega, Forza Italia, Renzi's Italia Viva en enkele kleinere krachten. Samen hadden ze een schijnbaar solide meerderheid van 562 Parlementsleden op een totaal van 629. Gesteund door de EU met massale financiering - d.w.z. grotere schuldenlast - was het zijn taak om Italië te stabiliseren in het belang van nationaal en internationaal kapitaal.

Het leven van gewone Italianen wordt echter elk jaar slechter. De staatsschuld van Italië is een van de hoogste in de geavanceerde geïndustrialiseerde landen, waardoor elke regering gedwongen wordt manieren te zoeken om de staatsschuld af te betalen, en het is altijd de arbeidersklasse die betaalt. De inflatie nadert de 9 procent, terwijl het land een van de laagste lonen van Europa kent.

Zogenaamde flexibele arbeidsvoorwaarden werden ingevoerd, waardoor miljoenen werknemers  in onzekerheid terechtkomen, zonder vaste arbeidscontracten. De armoede neemt toe, vooral in het zuiden. In veel gebieden hebben jongeren het erg moeilijk om werk te vinden.

Ondertussen heeft de privatisering de voordelen uit het verleden weggevaagd. De gezondheidszorg is verslechterd, de vervoersnetwerken zijn verslechterd, het onderwijs is enorm ondergefinancierd en er heerst een algemeen gevoel van malaise, een gevoel dat "we zo niet kunnen blijven leven". De pandemie heeft bijgedragen aan de stress; terwijl de inflatiespiraal, de zich verdiepende economische crisis, samen met de gevolgen van de oorlog in Oekraïne en de torenhoge energierekeningen hebben dit gevoel nog versterkt. Draghi werd een gehate man bij vele lagen van de maatschappij.

Dat verklaart waarom alle partijen die aan zijn regering deelnamen, het zo slecht deden bij de recente verkiezingen. De PD wordt beschouwd als de enige echt betrouwbare partij voor de burgerlijke klasse, en haar leider Letta – die nu moest aftreden als partijleider – is een goed voorbeeld van een burgerlijke politicus die totaal geen voeling heeft met de behoeften van werkende mensen. Op een bepaald moment ging de PD bij de Europese verkiezingen van 2014 boven de 40 procent, maar sindsdien daalde ze bij de laatste verkiezingen tot een van de laagste resultaten ooit.

De Lega, die op een gegeven moment bij de Europese verkiezingen van 2019 34 procent van de stemmen won, had meer dan 17 procent bij de verkiezingen van 2018, maar heeft nu meer dan de helft daarvan verloren. Forza Italia, dat in zijn hoogtijdagen ongeveer 30 procent kon halen bij algemene verkiezingen, is gereduceerd tot een schaduw van zijn vroegere zelf en daalde tot 14 procent in 2018 en behaalde nu iets meer dan 8 procent. De Vijfsterrenbeweging (M5S), die in 2018 bijna 33 procent won, heeft deze keer meer dan de helft van haar stemmen verloren – hoewel ze het beter deed dan de opiniepeilingen aangaven, vooral in het zuiden.

Dit wijst er allemaal op dat elke partij die Italië regeert, wordt verteerd door de crisis waarover ze moet regeren. Partijen komen met beloften om het leven van de werkende bevolking beter te maken, maar dan zet de logica van het kapitaal hen ertoe aan diezelfde beloften snel te laten varen. Hetzelfde lot wacht Meloni, die uiteindelijk gehaat zal worden door velen die net op haar hebben gestemd. Deze winter wordt erg moeilijk voor arbeidersgezinnen en Meloni zal de pijn zeker niet verzachten.

Geen alternatief aan de linkerkant

De tragedie van deze hele situatie is dat er geen levensvatbare of geloofwaardige kracht ter linkerzijde is die een alternatief had kunnen bieden. De verantwoordelijkheid voor dit scenario valt op de schouders van de reformistische linkerzijde – in het bijzonder de voormalige leiders van de oude Communistische Partij, die volledig zijn verkochten aan de bazen. Ook de leiders van Rifondazione Comunista delen deze verantwoordelijkheid.

Toen de oude PCI [Italiaanse Communistische Partij] in 1991 in tweeën splitste, begon de meerderheid snel naar rechts op te schuiven en vormde de Democratische Linkse Partij (PDS), die vervolgens plaats maakte voor de Democratische Partij (PD). De minderheid vormde Rifondazione Comunista (RC), die werd gezien als de meest linkse partij in het parlement, met een piek van meer dan 8 procent bij de verkiezingen van 1996 en met meer dan 100.000 leden. Net toen de partij electoraal op haar hoogtepunt was, besloten haar leiders de door Prodi geleide centrum-linkse coalitieregering te steunen in naam van "het stoppen van de rechterzijde”. In 2006 trad RC daadwerkelijk toe tot de tweede Prodi-regering, waardoor ze medeverantwoordelijkheid werden voor het anti-arbeidersklassebeleid van die regering.

Dit leidde tot een desastreus resultaat in 2008, toen het al zijn parlementsleden verloor, en sindsdien de partij daar niet van hersteld. Bij de recente verkiezingen zat wat er nog over was van Rifondazione in een alliantie met andere linkse groepen onder de naam Unione Popolare, die slechts 1,4 procent won, ruim onder de drempel van 3 procent. De marxisten wezen er keer op keer op dat klassensamenwerking rampzalig zou zijn voor de partij, maar haar leiders weigerden te luisteren. Sindsdien betalen ze de prijs.

In 2018 was het scenario aan de linkerzijde zo leeg dat de M5S het vacuüm wist op te vullen en de eerste partij in het parlement werd. Miljoenen Italianen plaatsten hun aspiraties in deze beweging, in de hoop dat het de gewenste verandering teweeg zou brengen. Maar onder druk van de behoeften van de kapitalistische klasse vormden de M5S eerst een coalitieregering met de Liga, en belandden later ook in een coalitie met de PD onder Draghi. Ze beloofde veel maar het leverde weinig op. Ondertussen kreeg de beweging ook te maken met een splitsing. Hierdoor werd verwacht dat ze minder dan 10 procent zou halen en een uitstervende kracht zou worden.

Conte, de huidige leider van de M5S en voormalig premier, realiseerde zich echter dat het tijd was om hun steun voor Draghi te beëindigen, anders zou Conte tijdens de verkiezingen verpletterd worden. Hij profileerde zich met een standpunt tegen het sturen van wapens naar Oekraïne - een zeer populaire eis in Italië - hoewel hij na veel tamtam vervolgens voor het regeringsbeleid stemde in deze kwestie. Hij begreep dat hij tegen links moest aanschurken als hij zijn politieke carrière wilde redden.

Er is nog een element in het vermogen van Conte om een ​​absolute verkiezingsramp te voorkomen. De M5S heeft naam gemaakt als de promotor van wat bekend staat als het "Burgerloon": een vorm van werkloosheidsuitkering voor de allerarmsten, die niet bestond voordat de M5S functie kwamen. Dit is de enige positieve eis waaraan ze hebben voldaan, maar de rechtse coalitie onder leiding van Giorgia Meloni heeft beloofd het burgerloon af te schaffen. Momenteel hebben 3,5 miljoen Italianen, een groot deel in het zuiden, recht op deze uitkering. Dat verklaart waarom M5S het zo goed deden in het zuiden, met ongeveer 25 procent in veel gebieden, en in Campania 1 - het grootstedelijk gebied van Napels - meer dan 40 procent.

Dit is een duidelijk signaal dat de nieuwe regering in conflict zal komen met miljoenen Italianen die de gevolgen ondervinden van de huidige crisis. Meloni heeft beloofd te regeren voor "alle Italianen" en ze spreekt over het verenigen van Italië. Ze zal precies het tegenovergestelde bereiken. Ze zal de armen viseren; ze zal vrouwenrechten aanvallen; ze zal niets doen voor de jeugd. Ze zal de echte klassenkloof in het land naar de voorgrond brengen en het proces van polarisatie doen verscherpen.

De strijd die komt

Na de verkiezingen zal de arbeidersklasse op politiek vlak volledig geblokkeerd zijn. Sommigen, die gedesillusioneerd waren in M5S, hebben deze keer op de enige oppositie in het parlement, Fratelli d'Italia, gestemd. Maar Meloni zal niet de verandering brengen waar haar kiezers naar op zoek zijn. Haar partij is een openlijk pro-kapitalistische, rechtse burgerlijke macht, en ze zal zich schikken naar de behoeften van de klasse die ze werkelijk vertegenwoordigt. Het zal heel snel overduidelijk worden dat de massa werkende mensen en de jongeren niets te verwachten hebben van dit parlement.

Dit betekent dat voor de arbeidersklasse de weg wordt voorbereid om het zwaartepunt in de klassenstrijd te verleggen van de politiek naar het industriële front. Indien er pogingen om het recht op abortus af te schaffen of andere rechtse provocaties volgen, kunnen we spontane massabewegingen van jongeren en vrouwen verwachten. Geconfronteerd met een enorme rechtse meerderheid in het parlement, zullen de massa's geen andere keuze hebben dan over te gaan tot stakingen. Dit in de vorm van zowel officiële als spontane wilde stakingen en straatprotesten, en de jeugd zal hierin een sleutelelement spelen. De rechtervleugel heeft gewonnen in het parlement, maar dit bereidt slechts een nieuwe fase in de klassenstrijd voor.

Vorige week vrijdag waren duizenden jongeren op straat om te protesteren over de kwestie van de klimaatverandering - waardoor Italië bijzonder zwaar is getroffen, met lange maanden van droogte gevolgd door plotselinge overstromingen waarbij verschillende mensen zijn omgekomen. Er is een hernieuwde dorst naar radicale ideeën onder de jeugd. De rechtervleugel en de burgerij kunnen zich troosten met de idee dat ze met succes de PCI hebben vernietigd, de sterkste communistische partij in West-Europa, met haar twee miljoen leden, maar de herinnering aan die traditie leeft voort.

Dat verklaart waarom een ​​laag jongeren tegenwoordig op zoek is naar communistische organisaties. Ze zien de huidige crisis van het kapitalistische systeem en begrijpen dat die moet worden opgelost als de mensheid vooruit wil gaan. Onder deze omstandigheden bereidt “de zweep van de contrarevolutie” een enorm verzet van de arbeidersklasse voor, zoals Marx het verwoordde. Daarom wijden de marxisten hun energie aan het opbouwen van de krachten van de revolutie.